Zijn de huidige methoden van psychedelische therapie minder effectief dan die uit het verleden, of zijn we simpelweg afgedwaald van het oorspronkelijke doel?
De oorsprong van westerse psychedelische therapie: een revolutionair begin

In de jaren 50 was de Britse psychiater Humphrey Osmond de pionier van het eerste westerse psychedelische therapieprogramma. Zijn eerste onderzoek, samen met psychiater Abraham Hoffer, richtte zich op het begrijpen van schizofrenie vanuit een biochemisch perspectief. Ze stelden de hypothese dat hallucinogene stoffen, vergelijkbaar met mescaline en adrenaline, door het lichaam van schizofrene patiënten werden aangemaakt. Hoewel deze theorie later is ontkracht, legde hun innovatieve benadering wel de basis voor breder onderzoek naar het potentieel van psychedelica bij de behandeling van psychische aandoeningen — met name alcoholisme.
Osmonds vroege experimenten: een chemische schok als startpunt voor transformatie
Osmond en Hoffer begonnen met experimenteren met LSD als mogelijk hulpmiddel bij de behandeling van alcoholisme. Hun hypothese was gebaseerd op het idee dat LSD de effecten van delirium tremens (DT’s) kon nabootsen — een ernstige toestand van alcoholontwenning die gekenmerkt wordt door hallucinaties, trillingen en psychische ontreddering. Door zo’n ‘rock bottom’-ervaring op te wekken, hoopten ze patiënten te motiveren om de confrontatie met hun verslaving aan te gaan.
Toch evolueerde Osmonds visie. Tegen 1965 verschoof zijn benadering van chemische shocktherapie naar het inzetten van LSD om alcoholisten te helpen hun zelfbeeld te herzien. Het doel was om een gevoel van verbondenheid en sociale verantwoordelijkheid te creëren. De ultieme uitkomst? Het opwekken van diepe spirituele ervaringen — wat Osmond “white light”-momenten noemde — die alcoholisten de kracht gaven om hun leven opnieuw op te bouwen.
De rol van LSD binnen Alcoholics Anonymous: de connectie met Bill Wilson
Critici vragen zich af of het isoleren en synthetisch namaken van natuurlijk voorkomende stoffen zoals DMT de therapeutische kracht ervan kan verminderen. Traditionele ayahuasca-brouwsels combineren bijvoorbeeld planten die DMT bevatten met natuurlijke MAO-remmers die de werking verlengen. Daarnaast suggereert het “entourage-effect” dat de interactie tussen meerdere verbindingen in natuurlijke stoffen de algehele effectiviteit kan versterken. Hoewel de synthetische DMT van Entheon niet bedoeld is om de ayahuasca-ervaring exact na te bootsen, vragen sommigen zich af of essentiële elementen van plantmedicijn verloren gaan bij de overstap naar een laboratoriumontwikkelde behandeling.
Een groepsgerichte benadering van heling
Ondanks de uitdagingen en controverses richt Entheon Biomedical zich op het ontwikkelen van een praktische en toegankelijke therapie voor de behandeling van verslaving. Ko ziet een toekomst voor zich waarin DMT-therapie beschikbaar is in klinische omgevingen op recept, geïntegreerd in lopende therapeutische trajecten. Deze gecontroleerde aanpak is bedoeld om patiënten te helpen gezondere keuzes te maken, terwijl de intensiteit van de psychedelische ervaring zorgvuldig wordt gemodereerd.

Uitkomsten vergeleken: Osmonds nalatenschap versus de methoden van vandaag
Osmonds resultaten waren veelbelovend. Bij de follow-up na drie maanden vertoonden de deelnemers die LSD hadden gekregen lagere percentages van ernstige alcoholverslaving (36% vergeleken met 44% in de controlegroep) en hogere percentages van abstinentie of verminderd drankgebruik (61% vergeleken met 44%). Deze effecten bleven behouden, zij het in mindere mate, na twaalf maanden. Moderne psychedelische onderzoeken, vooral met psilocybine, laten vergelijkbare resultaten zien bij aandoeningen zoals depressie — wat suggereert dat periodieke behandelingen nodig zijn om de voordelen op lange termijn te behouden.
Wat moderne therapie kan leren van het verleden
De hedendaagse psychedelische therapie volgt vaak een klinisch model: patiënten liggen geïsoleerd, dragen een oogmasker en worden gemonitord door therapeuten. Hoewel deze aanpak effectief kan zijn, mist het de gemeenschappelijke en integratieve elementen van Osmonds programma. Groepsgerichte therapie, afgestemd op cultureel passende peer-netwerken, zou enkele beperkingen van het huidige model kunnen aanpakken — vooral voor gemarginaliseerde gemeenschappen, zoals BIPOC-populaties, die structurele barrières ervaren bij toegang tot geestelijke gezondheidszorg.
Uitdagingen en kansen: waarom is groepstherapie naar de achtergrond verdwenen?
Wanneer gevraagd waarom Osmonds methoden tegenwoordig zelden worden toegepast, wijzen veel therapeuten op systemische obstakels zoals bureaucratie, beperkte financiering en zorgen over aansprakelijkheid. Toch groeit de interesse in groepstherapie opnieuw. Recente studies beginnen het potentieel ervan te verkennen, wat wijst op een langzame maar betekenisvolle verschuiving naar meer toegankelijke en gemeenschapsgerichte psychedelische behandelingen.
Vooruitblik: herziening van psychedelische zorg
Naarmate de toegang tot psychedelische therapie wordt uitgebreid, is het cruciaal om Osmonds nalatenschap in overweging te nemen. Zou het integreren van door peers geleide, groepsgerichte modellen de behandelresultaten kunnen verbeteren? Kunnen deze benaderingen zorgen voor inclusievere kaders die aansluiten bij diverse bevolkingsgroepen? Hoewel de huidige ontwikkelingen indrukwekkend zijn, zou een hernieuwde focus op de holistische, gemeenschapsgerichte aanpak van de vroege programma’s wel eens ongekende mogelijkheden kunnen bieden.